Willibrordusschool.
De website.
School actueel.
Handige info.
De kalender.
Weekweetjes.
Educatieve info.
Foto's.
De groepen.
OV.
MR.
Gratis programma's.
Andere websites.
Veilig internet.
Gastenboek.
Routekaart.
Borgesiusstichting.

Willibrordusschool - St. Willebrord

De schoolgids

 

 

Aard van de klacht:

Klachten over machtsmisbruik

In geval van seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld

Aard van de klacht:

‘Overige’ klachten

Deze klachten kunnen gaan over de begeleiding van leerlingen, toepassing van strafmaatregelen, beoordeling van

leerlingen, de schoolorganisatie.

Contact opnemen met één van de twee

schoolcontactpersonen

of het meldpunt vertrouwensinspecteurs benaderen

In eerste instantie contact opnemen met de betrokkene(n),

bijvoorbeeld de leerkracht

Contact opnemen met één van de twee

externe vertrouwenspersonen

Directie van de school inschakelen

Een officiële klacht indienen bij de

klachtencommissie

Voorzitter of secretaris van de schoolcommissie inschakelen

Aanvullende wettelijke maatregelen:

Meldplicht: personeel aan bevoegd gezag

Hierna: overleg bevoegd gezag met vertrouwensinspecteur

Indien nodig:

Aangifteplicht: bevoegd gezag bij politie of justitie

Een officiële klacht indienen bij de

klachtencommissie

NB: De externe vertrouwenspersonen en klachtencommissie kunnen ook rechtstreeks worden benaderd.

0800 – 5010 voor ouders over onderwijs

Als ouder of verzorger van een kind op school heeft u ongetwijfeld wel eens vragen over het onderwijs. Soms zijn die vragen eenvoudig te beantwoorden door een leerkracht of de schoolleiding. En soms ook niet. Daarom is er sinds kort 5010, waar u terecht kunt voor al uw vragen. U krijgt alle informatie die u hebben wilt en een eerlijk advies. Het voordeel van 5010 is de onafhankelijkheid. 5010 handelt uitsluitend in het belang van ouders en leerlingen. En u kunt er voor elke vraag terecht.

U kunt uw vragen aan 5010 stellen op twee manieren:

1. telefonisch, via het gratis nummer 0800-5010

2. via de internetsite www.50tien.nl

Uw vragen stellen aan 5010 is gratis. U krijgt altijd een deskundig antwoord. Daar staat de ervaring van 5010 borg voor. Dus blijf niet rondlopen met vragen over onderwijs, maar neem snel contact op met dé vraagbaak op dit gebied: 5010.

De kwaliteit van het onderwijs op onze school wordt beoordeeld door de Inspectie van het Onderwijs. Indien u nader geïnformeerd wilt worden, of als u zich met vragen of opmerkingen tot de inspectie wilt wenden zijn de volgende adressen en telefoonnummers van belang:

Inspectie van het onderwijs

info@owinsp.nl

www.onderwijsinspectie.nl

 

 

4. De achtergrond van onze school

 

Godsdienstlessen (onze identiteit)

De Willibrordusschool is een katholieke school. Dat merken de kinderen o.a. aan de dagopeningen, die dagelijks door de leerkrachten gegeven worden. In de groepen 3 t/m 8 wordt hiervoor de methode “Trefwoord” gebruikt. Met deze methode willen we een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de kinderen tot actieve, mondige en positieve deelnemers aan de maatschappij. In deze methode komen regelmatig bijbelverhalen voor. We besteden vooral veel aandacht aan het tolerant en respectvol omgaan met elkaar. Ook wordt stilgestaan bij het uitgangspunt, dat vanwege huidskleur, handicap of status de waardering voor iemand niet anders moet zijn. In groep 1-2 wordt m.b.v. een bijbelrooster aan kinderen bijbelverhalen verteld.

De school heeft projecten die door eigen leerkrachten zijn “omarmd” in financieel opzicht geadopteerd. In elke groep worden er wekelijks bijbelverhalen voorgelezen.

Aan de kerkelijke feesten Kerstmis en Pasen wordt uitdrukkelijk aandacht besteed.

 

H. Communie en H. Vormsel

Ook kan vermeld worden, dat de school een actieve bijdrage levert aan de voorbereiding van de Eerste H. Communie (groep 4) en het Heilig Vormsel (groep 8).

Voor de organisatie en de voorbereiding van de Eerste H. Communie en het H. Vormsel is er een werkgroep ingesteld, die bestaat uit ouders van onze school en de Maria-Gorettischool, de andere basisschool uit St. Willebrord.

Schorsing of verwijdering

Ofschoon het op onze school haast niet voorkomt dat een leerling van school gestuurd is, wordt er volledigheidshalve vermeld hoe de regelgeving ten aanzien van dit onderwerp is. Drie jaar geleden hebben we een “protocol” hiervoor opgesteld. Het is een soort reglement over welk gedrag we op school niet willen zien en hoe we dat (samen met ouders) willen bereiken. Op de algemene informatie-avond zult u hierover meer horen. De volledige tekst kunt u op de kamer van de directeur inzien en deze wordt ook op onze website gepubliceerd (protocol “grenzen aan gedrag”).

Hierin worden afspraken met ouders en een leerling gemaakt over de grenzen aan het gedrag op school en de mogelijke consequenties voor de leerling. Hierin kan worden bepaald dat leerlingen een dag (of bij herhaling meerdere dagen) hun werk gaan maken in een andere groep. We moeten namelijk altijd het belang van de groep in de gaten houden. Leerlingen die door hun gedrag een constant storende factor zijn en de leerkracht het gewoon lesgeven bemoeilijken zullen dus elders worden “opgevangen”. Eventueel kan ook sprake zijn van het niet mogen meedoen aan “speciale” activiteiten.

Leerlingen kunnen van school gestuurd worden. Is dit voor korte tijd, dan spreken we van “schorsing”; is dit voorgoed, dan spreken we van “verwijdering”. Vanzelfsprekend zal dat alleen gebeuren bij zeer ernstige misdragingen.

De beslissing over verwijdering wordt genomen door het schoolbestuur. Voordat zo’n besluit genomen wordt moeten eerst de groepsleraar en de ouders worden gehoord. Als het besluit eenmaal gevallen is mag het schoolbestuur de leerling niet onmiddellijk van school sturen. Het bestuur moet eerst een andere school voor de leerling zien te vinden. Als het op onze school tot een schorsing komt wordt deze informatie ook doorgegeven aan de school voor Voortgezet Onderwijs waar deze leerling na groep 8 naar toe gaat.

 

Schorsing of verwijdering

 

Ofschoon het op onze school haast niet voorkomt dat een leerling van school gestuurd is, wordt er volledigheidshalve vermeld hoe de regelgeving ten aanzien van dit onderwerp is. Drie jaar geleden hebben we een “protocol” hiervoor opgesteld. Het is een soort reglement over welk gedrag we op school niet willen zien en hoe we dat (samen met ouders) willen bereiken. Op de algemene informatie-avond zult u hierover meer horen. De volledige tekst kunt u op de kamer van de directeur inzien en deze wordt ook op onze website gepubliceerd (protocol “grenzen aan gedrag”).

Hierin worden afspraken met ouders en een leerling gemaakt over de grenzen aan het gedrag op school en de mogelijke consequenties voor de leerling. Hierin kan worden bepaald dat leerlingen een dag (of bij herhaling meerdere dagen) hun werk gaan maken in een andere groep. We moeten namelijk altijd het belang van de groep in de gaten houden. Leerlingen die door hun gedrag een constant storende factor zijn en de leerkracht het gewoon lesgeven bemoeilijken zullen dus elders worden “opgevangen”. Eventueel kan ook sprake zijn van het niet mogen meedoen aan “speciale” activiteiten.

Leerlingen kunnen van school gestuurd worden. Is dit voor korte tijd, dan spreken we van “schorsing”; is dit voorgoed, dan spreken we van “verwijdering”. Vanzelfsprekend zal dat alleen gebeuren bij zeer ernstige misdragingen.

De beslissing over verwijdering wordt genomen door het schoolbestuur. Voordat zo’n besluit genomen wordt moeten eerst de groepsleraar en de ouders worden gehoord. Als het besluit eenmaal gevallen is mag het schoolbestuur de leerling niet onmiddellijk van school sturen. Het bestuur moet eerst een andere school voor de leerling zien te vinden. Als het op onze school tot een schorsing komt wordt deze informatie ook doorgegeven aan de school voor Voortgezet Onderwijs waar deze leerling na groep 8 naar toe gaat.

 

 

5. Wat vinden wij belangrijk?

 

Uitgangspunten

Als uitgangspunt hanteren we: De Willibrordusschool is een zorgzame school met respect voor iedereen.

De kinderen staan centraal en worden voorbereid op de eisen, die de maatschappij aan hen stelt in hun verdere leven. Wij willen daarom dat uw kind voldoende leert en zoveel mogelijk met plezier naar school gaat. Daarom werken wij aan een fijne sfeer in de groepen. De leerkrachten doen hun best om “uit uw kind te halen wat erin zit”. U als ouder speelt daarbij een belangrijke, stimulerende rol. Elk kind is verschillend en zal dan ook een eigen ontwikkeling doormaken.

De leerkrachten zullen proberen de kinderen een omgeving te bieden, waarin zij zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. We hebben tijdens dit proces “zorg” voor elkaar, voor het materiaal en voor de omgeving.

Naast het leren, besteden wij als team ook veel aandacht aan het omgaan van kinderen met elkaar, aan het kunnen samen werken en samen leven. We nemen de tijd om met een kind te praten als er iets is. We leren de kinderen dat conflicten uitgepraat moeten worden. Gelijkwaardigheid tussen mensen is een belangrijk uitgangspunt. Onze kinderen moeten respect op kunnen brengen voor waarden en normen van anderen. Wij zijn alert op discriminatie en pesten en werken vooral aan het voorkomen ervan. En als het toch gebeurt, grijpen we direct in. Voor kinderen die hier moeite mee hebben houden we SOVA-trainingen (oefeningen in sociale vaardigheden).

Verder willen wij de zelfstandigheid bij de kinderen zo goed mogelijk bevorderen. Dit alles met op de achtergrond de gedachte om onze kinderen te laten uitgroeien tot “zorgzame” volwassenen.

 

Kortom: De Willibrordusschool:

· accepteert verschillen tussen leerlingen en probeert zo goed mogelijk hierbij aan te sluiten

· vindt dat kinderen van hun leerkracht en van en met elkaar kunnen leren

· geeft de meeste aandacht aan de basisvaardigheden: lezen, taal en rekenen

· streeft naar een doorgaande lijn van ontwikkeling, waarbij het eindniveau verschillend mag zijn en daarbij trachten we “eruit te halen wat erin zit”

· probeert kinderen een veilige, prettige en uitdagende leeromgeving te bieden

· hecht veel waarde aan respectvolle omgang tussen eenieder die bij de school hoort

· wil “zorgzaam” zijn voor alles en iedereen, die bij de school hoort

· vindt dat een positieve sfeer in de groep een voorwaarde is om goed tot leren te komen

· is laagdrempelig naar ouders met een “open oor” voor hun problemen

· geeft de mogelijkheden van I.C.T. in ons onderwijs een plaats

 

 

6. De kwaliteitsverbetering van ons onderwijs.

 

We proberen de kwaliteit van ons onderwijs op verschillende manieren te verbeteren:

a. leerlingenzorg

b. groepsondersteuning

c. cursussen en scholing van leerkrachten.

d. werken met persoonlijke ontwikkelingsplannen en maatjeswerk

e. schoolplan

f. Kwaliteitszorg

 

a. Leerlingenzorg

De leerlingenzorg bestaat hieruit dat van elke leerling een map wordt aangelegd, waarin een overzicht is opgenomen van het wel en wee van de leerling. Een deel van dit “dossier” bestaat uit het leerlingvolgsysteem, waarin de leerling regelmatig d.m.v. toetsen wordt gevolgd. Blijkt dat een leerling op een bepaald gebied problemen heeft, dan wordt er in de klas extra aandacht aan besteed. Als de problemen ernstig zijn, wordt er een handelingsplan opgesteld. Dit handelingsplan wordt uitgevoerd door de leerkracht. Als blijkt dat een leerling specialistische hulp nodig heeft, dan wordt de schoolbegeleidingsdienst geraadpleegd. Om voor elke leerling bovenstaande zo goed mogelijk te verwezenlijken, hebben wij een zorgteam. Deze leerkrachten coördineren de toetsen voor elke groep, vullen het leerlingvolgsysteem met gegevens aan en stellen samen met de leerkracht of de remedial teacher een handelingsplan samen. Ze voeren gesprekken met leerkrachten en helpen hen om de zorg te bieden die de groep nodig heeft. Juf Marijke (onze intern begeleider) staat aan het hoofd van dit zorgteam. Ook onze onderwijsassistente is op 4 ochtenden actief om binnen de school een goede leerlingzorg te garanderen.

 

b. Groepsondersteuning

Doordat we komend jaar voor het eerst een 3-4 combinatiegroep hebben komt een groot deel van de ondersteuning (zeker in de beginfase) bij deze groep terecht. Daarnaast hebben we enkele grote groepen (meer dan 30 leerlingen). Waar mogelijk worden ook deze leerkrachten ondersteund door collega’s die b.v. een deel van hun correctiewerk doen of na hun lestijd individuele leerlingen of groepjes leerlingen extra aandacht geven.

 

c. Cursussen en scholing van leerkrachten

Ook het team moet op de hoogte blijven van de ontwikkelingen in het onderwijs. Elk jaar kiest het team een geschikte cursus, om daarmee te werken aan kwaliteitsverbetering. Ook worden er regelmatig studiebijeenkomsten voor het gehele schoolteam georganiseerd.

Daarnaast kunnen de leerkrachten nog individueel een nascholingscursus volgen.

 

d. Werken met persoonlijke ontwikkelingsplannen en maatjeswerk.

In het kader van deze ontwikkeling gaan leerkrachten soms bij elkaar in de klas kijken en bespreken hetgeen ze ervaren hebben met elkaar. Ook de schoolleiding gaat in de klassen naar de resultaten van de ontwikkelingen kijken. Waar de leerkrachten aan willen werken en hoe zij dat samen met een collega vorm willen geven wordt genoteerd in een “Persoonlijk Ontwikkelings Plan”. Samen met een collega (maatje) probeert de leerkracht de door hemzelf omschreven doelstellingen waar te maken. Ook kunnen leerkrachten uit de onderbouw een collega uit de bovenbouw helpen met correctiewerk, remedial teaching etc.

Onze nieuwe methoden, zelfstandig werken en samenwerkend leren en sociaal-emotionele ontwikkeling zijn mogelijke werkpunten.

 

e. Het schoolplan

Het schoolplan is een document, waarin de onderwerpen worden toegelicht waaraan het schoolteam de komende jaren zal gaan werken om de kwaliteit van het onderwijs steeds verder te verbeteren. Elke school in Nederland moet zo’n plan samenstellen. Het plan wordt besproken in de medezeggenschapsraad, de schoolcommissie en de ouderraad. De vertegenwoordigers van de ouders worden dus goed op de hoogte gebracht. Als U het schoolplan wilt inzien, dan kunt U contact opnemen met de directeur. Het komende schooljaar is het tweede van de vier jaren waarvoor het nieuwe schoolplan is geschreven.

 

f. Kwaliteitszorg

Onze school neemt ook deel aan het project “Kwaliteit in Kaart”. Tijdens het vorige inspectiebezoek bleek dat we daar goed mee bezig zijn. We beschrijven hoe de kwaliteit van het onderwijs op onze school te zien is, wat er nog verbeterd kan worden en proberen die veranderingen dan tot stand te brengen.

 

 

7. Wat leren de kinderen op school?

De vakken rekenen, taal en lezen krijgen bij ons op school veel nadruk. Ze vormen de basis voor haast elke andere ontwikkeling.

 

 

Vakgebieden

In de wet is beschreven wat de leerlingen in ieder geval moeten kunnen leren. Zoals op elke andere basisschool in Nederland wordt lesgegeven in:

- zintuiglijke en lichamelijke oefening

- Nederlandse taal

- rekenen en wiskunde

- Engelse taal (groep 7 en 8)

- expressie-activiteiten, met in ieder geval aandacht voor:

- bevordering van het taalgebruik,

- muziek,

- tekenen,

- handvaardigheid,

- spel en beweging

- bevordering sociale redzaamheid, waaronder gedrag in

het verkeer

- bevordering gezond gedrag (waaronder Jeugd-E.H.B.O)

- enkele kennisgebieden, met in ieder geval aandacht voor:

- aardrijkskunde

- geschiedenis

- de natuur, waaronder biologie

- maatschappelijke verhoudingen, waaronder

staatsinrichting

- geestelijke stromingen

- informatie- en communicatietechnologie (computers)

- techniek

 

 

Kerndoelen

Om er voor te zorgen dat er meer eenheid komt in wat kinderen kennen en kunnen als ze de basisschool verlaten, heeft de overheid zgn. kerndoelen geformuleerd. Deze doelen geven aan wat de school de leerlingen moet aanbieden aan leerinhouden.

In groep 1 en 2 krijgen de kinderen de kans zich te ontwikkelen in een omgeving, waarin het kind zich veilig en geborgen voelt. De kinderen ervaren er, wat het betekent om een hele dag in een groep te zijn en wat de school allemaal van hen vraagt.

Spel is heel belangrijk voor de ontwikkeling. Spelenderwijs of met gerichte opdrachten, oefenen de kinderen met taal, rekenen en schrijven. We zorgen ervoor, dat de kinderen zoveel mogelijk nog kleuter mogen zijn. Samen met de peuterspeelzalen volgen ze de thema’s van het Piramide-project, waarin rond een onderwerp een veelheid aan activiteiten worden ondernomen. Als we oefeningen geven, doen we dat wel volgens een bepaald plan. De vorderingen van de kinderen worden bijgehouden en we toetsen de kinderen tweemaal per jaar in groep 1 en 2. Deze resultaten worden ook met de ouders besproken.

In groep 3 staat het leren lezen centraal. Wij werken met de nieuwste versie van de methode “Veilig Leren Lezen”, waarmee het leren lezen op een speelse en gevarieerde manier wordt aangeboden.

In alle groepen wordt het “Protocol Leesproblemen en Dyslexie” gevolgd, waarmee we leerlingen die moeite hebben met lezen en spelling zo vroeg mogelijk trachten te signaleren en daar extra instructie aan te geven.

Het leren schrijven sluit aan bij het leren lezen. Vanaf groep 3 werken we met een rekenmethode. Deze methode heet “Pluspunt”. Naast deze hoofdvakken wordt er ook gestart met aardrijkskunde, geschiedenis en natuuronderwijs. Daarnaast is er aandacht voor de expressievakken (tekenen, handenarbeid, muziek).

In de groepen 4 t/m 8 wordt met deze vakken verder gewerkt. Elke leerkracht zorgt ervoor, dat de leerstof zodanig wordt ingedeeld, dat alle belangrijke programma-onderdelen aan bod komen. Ook onze moderne methoden “Zin in Taal” , “Estafette” (voor voortgezet technisch lezen) en “Nieuwsbegrip”( begrijpend lezen) helpen ons bij dat streven.

 

In onze methode “Wijzer door de tijd” (onze nieuwe geschiedenismethode) en “Hier en daar” (onze aardrijkskunde-methode) en “In vogelvlucht” (voor natuuronderwijs) krijgen de leerlingen les in allerlei zaken die met wereldoriëntatie te maken.

In groep 7 en 8 krijgen de kinderen m.b.v. de methode "Junior" les in het vak Engels.

In groep 8 worden EHBO-lessen gegeven. De leerlingen kunnen het jeugd-E.H.B.O.-diploma A halen. Onze verkeersmethode zorgt ervoor dat de kinderen niet alleen vanuit een boekje leren, maar ook daadwerkelijk op straat of speelplaats.

Actief burgerschap

Vanaf 1 september 2006 gaan alle scholen verplicht aan de slag met burgerschap en sociale cohesie. Maar wat is burgerschap nu eigenlijk?

In de wettekst staat aangegeven dat het onderwijs er voor moet zorgen dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten. Op onze school zal dat voornamelijk aan bod komen bij de lessen in het kader van levenbeschouwing. Daarnaast zal er in de praktijk aandacht aan besteed worden als de situatie daar naar is. Dat is logisch want bij burgerschap gaat het ook om omgangsvormen die deze samenleving prettig maken en houden. Het gaat dan om waarden als tolerantie, respect en hulpvaardigheid.

“Actief burgerschap” is geen apart vak, het gaat om het ontwikkelen van de bereidheid en het vermogen om onderdeel uit te maken van een gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren. Actief burgerschap is er op gericht om een rol te kunnen spelen om mee te doen! Daar heb je kennis voor nodig én vaardigheden én de juiste houding.

 

 

Rugzakleerlingen.

 

Met ingang van 1 augustus 2003 werd een nieuwe onderwijswet van kracht. De wet heet officieel Wet op de Expertise Centra (WEC).

Deze wet zegt over kinderen met een stoornis of een handicap: gewoon waar het gewoon kan, speciaal als het speciaal moet. De wet geeft de ouders van kinderen met een ernstige stoornis of handicap het recht om te kiezen voor hun kind: de keuze voor een speciale school of voor een gewone basisschool. Kiezen de ouders voor de gewone school dan krijgt zo’n kind een “rugzak” mee voor de gewone school. In die “rugzak” zit geld om extra hulp te kunnen inzetten tijdens de lessen door een leerkracht of assistent en financiën om extra leermiddelen enz. te kunnen kopen. Ook onze school kan dus in de toekomst te maken krijgen met ouders die hun kind met een “rugzak” op onze school willen plaatsen. Opgedane ervaringen met eerdere kinderen met een handicap kunnen ons daarbij helpen. De verwachting is niet dat er op korte termijn veel leerlingen met een handicap op de gewone basisscholen zullen komen. Onze school staat in principe niet afwijzend tegenover het verzorgen van onderwijs aan kinderen die extra zorg behoeven. We zien echter wel kwantitatieve en kwalitatieve beperkingen. Hierbij denken we aan leermiddelen en methodes, maar ook nadrukkelijk aan beperkingen, die het gebouw met zich meebrengt.

Als ouders met een leerling met een stoornis of een handicap zich bij ons op school melden, dan hanteren we een protocol. In het kort staat er het volgende in het protocol:

 

De ouders melden zich bij de directie van de school.

- gesprek met de ouders waarin zij hun aanmelding en verwachtingen toelichten

- de directeur licht de visie van de school en de procedure toe.

- Er wordt aan de ouders gevraagd om schriftelijke toestemming om bij derden informatie te kunnen opvragen.

- De school gaat informatie verzamelen.

- De binnengekomen gegevens worden in kaart gebracht, bestudeerd en besproken door het zorgteam, eventueel met de consultatiegever en de coördinator CLZ.

- Daarna vindt er een afweging plaats binnen het team.

- Adviesgesprek met de ouders waarbij het besluit van de school wordt besproken:

- Plaatsing of afwijzing.

 

 

8. Toetsen

 

Toetsen bij de methode

We houden zorgvuldig bij, welke resultaten we behalen en dat doen we met behulp van toetsen. Het merendeel der toetsen behoort bij een methode. Van elke toets is bekend, hoe de normering is voor de leerlingen. De resultaten bespreken we met de kinderen en met elkaar. We proberen ook als school om zo goed mogelijke resultaten te boeken.

Leerlingvolgsysteem

Bovendien worden er jaarlijks, volgens een toetsrooster een aantal toetsen op het gebied van rekenen, taal en lezen afgenomen, die niet bij een methode horen. Dit levert extra informatie op. Het zorgteam bespreekt de resultaten van de toetsen met het schoolteam.

 

Wij werken met deze toetsen om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken en verder te verhogen. Om onze leerlingen acht jaar lang zo goed mogelijk te kunnen volgen in hun ontwikkeling maken we gebruik van een leerlingvolgsysteem. Het systeem levert waardevolle aanvullende informatie op over een leerling. Het laat zien hoeveel een kind in een bepaalde periode heeft bijgeleerd.

Op het rapport kunt u dat niet zien. De toetsen die wij gebruiken, worden afgenomen bij een grote groep leerlingen verspreid over het hele land. Daardoor is het mogelijk de vorderingen van uw kind te vergelijken met leeftijdsgenoten in ons land. Bij het rapport wordt een inlegvel gebruikt, waarop u inzage krijgt in de prestaties van uw kind op de toetsen van CITO.

De vakken rekenen, lezen en taal worden op verschillende onderdelen getoetst. De resultaten van de toetsen worden besproken met directie, leerkrachten en zorgteam. U kunt aan de groepsleerkracht vragen wat de resultaten van uw kind zijn. Het leerlingvolgsysteem biedt ons een overzicht van leerlingen die extra hulp nodig hebben.

 

9. Hulp voor leerlingen met problemen

 

Omgaan met verschillen

Het komt voor dat een leerling de leerstof niet goed opgenomen heeft of dat het tempo te hoog ligt. Maar ook kan het gebeuren dat een leerling sneller door de stof kan dan de rest van de klas. De capaciteiten van alle leerlingen zijn immers verschillend. Dat betekent dat een leerkracht aandacht moet hebben voor de verschillen in de groep. De juf of de meester moet vooral de kinderen, die extra zorg nodig hebben proberen te helpen (dus ook de snellere leerlingen!!). Deze kinderen hebben soms een routeboekje, waarmee ze voor een deel zelfstandig kunnen werken.

Natuurlijk kunnen niet alle achterstanden door de groepsleerkracht weggewerkt worden. Hulp buiten de groep kan dan soms nodig zijn. Ons zorgteam zorgt hiervoor.

Als ouder houden we u op de hoogte wat voor extra hulp we geven, want wellicht kunt u thuis ook meehelpen.

Onze school, elke leerling volop kansen..

Onze leerkrachten doen hun best om uw kind zich zo goed mogelijk te laten ontwikkelen. Daarom hebben we goede methodes en andere leermiddelen gekocht en hebben we met elkaar afspraken gemaakt hoe we dat doen.

Ook als het met uw kind niet goed gaat. Dat kan zijn omdat het wat achterloopt met leren of omdat het niet lekker in zijn vel zit. Als er dus in uw gezin iets gebeurd is, is het belangrijk om dit op school te melden, zodat de leerkracht hier rekening mee kan houden.

De groepsleerkracht is van het achterlopen op de hoogte omdat hij/zij dat ziet door te kijken naar kinderen (observeren) en toetsen te laten doen bij de vakken.

Uw kind kan natuurlijk wel eens een dip hebben en dan is er verder niks aan de hand.

Maar het kan natuurlijk ook zijn dat er wél iets aan de hand is, waardoor uw kind achterloopt of zich niet happy voelt.

De leerkracht zal zelf op zoek gaan naar manieren om het te verhelpen.

Als dat niet lukt zal hij/zij te rade gaan bij een collega (b.v. de leerkracht waar uw kind het jaar daarvoor zat) of bij het zorgteam. Bij ons op school staat het zorgteam onder leiding van juffrouw Marijke.

Door studie en overleg met intern begeleiders van andere scholen hebben deze leerkrachten zich meer verdiept in de problemen die kinderen kunnen hebben met leren of met zich prettig voelen.

Samen kunnen ze dan aan het werk om aan het probleem van uw kind te werken.

Zeker in deze situatie zult u op de hoogte gehouden worden en zal naar uw mening worden gevraagd.

Het kan voorkomen dat de intern begeleider en de leerkracht samen zeggen dat ze niet goed weten hoe ze verder kunnen komen. Dat zullen zij dan ook tegen u zeggen.

Dan gaan ze te rade bij mensen die van buiten de school werken. Het blijft voor de leerkracht belangrijk om uw kind in de groep te kunnen helpen en er wordt hulp gevraagd om dat mogelijk te maken.

Hij/zij en de intern begeleider gaan dan meestal een gesprek aan met de consultatiegever. Zij houden u daarvan op de hoogte.

Die persoon van buiten is een orthopedagoog of onderwijskundige waarmee onze school 8 keer dit schooljaar overleg voert. Haar naam is Anita Manders. De uitkomst van die gesprekken kan zijn dat er dan een vraag om een onderzoek of een speciale begeleiding wordt ingediend bij de CLZ. U krijgt dat dan te horen.

 

Het onderzoek en de speciale begeleiding dienen ervoor om de leerkracht van uw kind in staat te stellen hem of haar beter te kunnen helpen.

Het kan zijn dat ondanks al die inzet onze school niet langer in staat is om uw kind kansen te geven zich goed te ontwikkelen. Wij spreken daarover dan met U. Dan kunt u als ouders een verzoek indienen bij de PCL om uw kind naar een school voor speciaal basisonderwijs te laten gaan.

Extra maatregelen

Af en toe komen we tot de conclusie dat alle extra inzet onvoldoende effect heeft. In overleg met de ouders wordt dan soms besloten om een groep een jaar over te doen. Dit gebeurt vooral als een kind op alle punten, ook lichamelijk en emotioneel, achterblijft bij de klasgenoten.

Blijkt dat ouders het advies van school, CLZ en PCL naast zich neerleggen, dan zal de school altijd aangeven dat in dat geval niet van de school gevraagd mag worden om hetzelfde niveau van extra zorg te blijven bieden aan de desbetreffende leerling. Dit wordt in een document vastgelegd en door ouders ondertekend.

Deze werkwijze is in overeenstemming met de richtlijnen die door het samenwerkingsverband in het zorgplan zijn vermeld.

Het komt slechts af en toe voor dat een leerling naar een speciale school voor basisonderwijs gaat; in de afgelopen jaren ongeveer 1 à 2% van alle kinderen, die bij ons op school zitten.

 

 

10. De school en de omgeving

Met diverse instellingen onderhoudt de school contacten.

 

G.G.D.:

Omdat de gezondheid van de kinderen, niet alleen Uw, maar ook onze zorg is, is er een samenwerking met de afdeling jeugdgezondheidszorg van de G.G.D.

Het gaat om de volgende activiteiten:

1. Systematisch onderzoek van de leerlingen door de schoolartsassistente

groep 2: op totale groei en ontwikkeling door de schoolarts en –assistente op lengte, gewicht, ogen en oren. Een vragenlijst wordt met ouders besproken

groep 7: op onverwachte veranderingen in de gezondheidstoestand en het algemeen welbevinden door de verpleegkundige.

2. Niet-systematisch onderzoek van de leerlingen die door de ouders, eventueel

op advies van de leerkracht, worden aangemeld.

3. De logopediste onderzoekt jaarlijks de leerlingen van groep 1 op het spreken.

Tevens onderzoekt ze kinderen uit de andere groepen op verzoek van ouders

en/of leerkrachten. Ze controleert stem, spraak, taal en gehoor. Ze informeert

ouders en leerkrachten over de eventuele stoornis van het betreffende kind en

geeft advies voor behandeling.

4. Advisering voor hygiëne en veiligheid in het schoolgebouw

5. Ondersteuning van de gezondheidseducatie. Dit kan b.v. door het lenen van

materialen en projecten.

6. Twee jaar geleden heeft groep 7 meegedaan aan het project “Kinderkoken”, waarbij

onder leiding van ouders op een gezonde manier werd gekookt (en gegeten). Komend schooljaar wordt dit project waarschijnlijk weer uitgevoerd naast een project over gezondheid voor de andere groepen.

Ook zit de G.G.D. in het dorpsnetwerk en maken we in bepaalde gevallen gebruik van de diensten van externe vertrouwenspersonen vanuit de G.G.D.

 

Samenwerkingsverband Weer Samen Naar School

Onze school maakt ook deel uit van het Samenwerkingsverband Weer Samen Naar School, waarin een groot aantal scholen voor basis- en speciaal onderwijs uit de regio Roosendaal hun best doen om de kinderen zoveel mogelijk het onderwijs te geven, dat bij hen past. Samen wordt gekeken hoe het best de extra zorg gegeven kan worden.

 

Onderwijsbegeleidingsdiensten

Met de onderwijsbegeleidingsdienst en bestaat al een jarenlange samenwerking.

Ze zijn er voor de school, ouders en kinderen. Ze begeleiden het schoolteam bij het invoeren van vernieuwingen in het onderwijs. Ons hele team gaat een cursus volgen in het opstellen van en werken met handelingsplannen en een keuze maken voor een methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling.

Een andere belangrijke taak is het geven van advies en zonodig begeleiding aan de leerkracht, wanneer het kind problemen heeft op school bij het leren.

 

Bibliotheek

O.a. om het leesplezier bij de kinderen te vergroten, is er een samenwerking met de bibliotheek.

Sinds het schooljaar1998-1999 wordt aan de leesbevordering gewerkt door het project “de Rode Draad”. Alle scholen uit de gemeente Rucphen doen hier aan mee.

Het is te verwachten dat vanaf dit schooljaar op dinsdagmiddag van half 2 tot 4 uur in de hal van “De Combi” een steunpunt van de bibliotheek actief zal zijn om kinderen in staat te stellen om hun bibliotheekboeken te wisselen.

 

Parochie

Met de parochie wordt op verschillende manieren samengewerkt. Hierover hebben we al eerder verteld in hoofdstuk 4.

 

De schoolgids, versie 2011-2012, is als pdf-bestand te openen: klik a.u.b. hier.